Dag 66: A damsel in distress

Handelingen 12: 12-17

Wie mijn dochter Wendel kent, snapt wat ik zeg. Ik vind haar de meest vrije ziel die ik ooit ontmoet heb in mijn leven. Ze staat zo ontzettend stevig in haar schoentjes en danst werkelijk door iedere situatie heen. Wanneer de wekker gaat, dan staat ze aan en ze huppelt en neuriet onafgebroken totdat het weer tijd is om te gaan slapen. Ze kan werkelijk over alles ongelooflijk enthousiast worden en soms is ze zo ontzettend blij wanneer er iemand aan de deur staat, dat ze de huiselijke gastvrijheid vergeet en de kamer binnenholt om aan te kondigen wie er is…de betreffende persoon staat echter nog voor de deur.

Werkelijk een heel grappig verhaal, wat we vandaag met elkaar gelezen hebben. In de eerste plaats moet ik zeggen dat ik echt heel veel respect heb voor Petrus, die net uit de gevangenis komt. Hij had ervoor kunnen kiezen om met de eerste de beste ezelkaravaan de benen te nemen naar een andere plaats, maar hij liet de kwetsbare gemeente van Jeruzalem niet in de steek. Wat een held!

Toen hij weer een beetje tot zichzelf gekomen was ging hij naar het huis van Maria (nog één) de moeder van Johannes Marcus (waarschijnlijk de schrijver van het evangelie). In dit huis was het een drukte van belang, want iedereen lag op de knieën om te bidden voor de vrijheid van Petrus. Toen het onderwerp van gebed echter aanklopte, werd er voorzichtig door het spionnetje gekeken en gevraagd: ‘wie klopt daar aan de deur?’ Het antwoord klonk en Rhodé, de huiselijke dienstmaagd, werd zo enthousiast dat ze zelfs vergat om open te doen om Petrus binnen te laten.

Dit zou natuurlijk een kapitale blunder kunnen zijn, omdat Petrus gelijk door de plaatselijke wacht opgepakt had kunnen worden. Gelukkig was God genadig met onze enthousiasteling, maar toen ze buiten adem het goede nieuws kwam brengen ontmoette ze sombere gezichten en weerstand. Ze werd letterlijk voor gek verklaard en toch liet ze zich niet in een hoekje zetten. Toen ze aandrong zeiden ze dat het vast zijn engel moest zijn geweest en ondertussen bleef Petrus maar kloppen…(kun je het een beetje indenken)? Ze deden open en waren verbijsterd, maar hij legde ze het zwijgen op en vertelde zijn verhaal. Daarna vertrok hij wel naar een andere plaats.

Soms kun je zo in de put zitten, dat je vergeet om de deur open te doen om het wonder je leven in te laten lopen. Misschien herken je dat soort momenten ook wel in je leven.

Lijden doen we allemaal. Dat is waar en daar moet ook aandacht voor zijn. We kunnen het dan ook best wel heel erg met onszelf te doen hebben. Ik heb echter ook vaak gezien dat zelfmedelijden een hele comfortabele deken kan zijn, maar het is wel een deken die het leven verstikt.

Misschien ken je of ben je dat soort mensen die maar blijven liggen onder dat comfortabele deken, die het wonder wel aan de deur horen kloppen en niet opendoen. Zelfs als je enthousiast op ze af rent om te vertellen dat de uitkomst dichtbij is, willen ze eigenlijk liever niet naar je luisteren.

Als jij je hierin herkent, dan wordt het tijd om die deken van je af te schudden: er wordt aan de deur geklopt, het wonder staat voor de deur. Laat hem maar je leven binnen!

Misschien herken je iemand anders hierin? Neem dan een voorbeeld aan Rhodé en laat je niet wegsturen zonder dat die persoon de deur opengezet heeft!

Laat je vanmorgen bemoedigen door deze heerlijke Afrikaanse broers en zussen om de deur open te zetten naar het wonder dat in Jezus aanklopt! (Of klik hier voor een Nederlandstalig lied.)

Als je iemand herkent in dit verhaal, ga eens naar die persoon toe om hem of haar te bemoedigen!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email